'POËZIE IN BEWEGING'   -   PROJECTEN   -   VOORPAGINA
Twaalfde seizoen 2020-2021. Ontworpen voor tablet. Mail Info



INHOUD 'POËZIE IN BEWEGING': 'ANYTHING GOES' / 'ALLES TOEGESTAAN'   Per 19 november 2020

Deelproject 'Dichter Tonnus Oosterhoff' verkennen
INLEIDEND
Bij wijze van introductie

Aflevering 1 - Kletskoek kostelijk
Aflevering 2 - Onbegrijpelijk
HOOFDMOOT
Aflevering 3 - Van keurslijven bevrijd: P.C. Hooftprijs 2012

Bezoek nieuwe vestiging Ridderkerk-Centrum 22 oktober 2020
[ Afbeelding: Ik lees even mee. ]

[ Terug naar deelproject Visuele poëzie ]

Bij wijze van introductie
Beoogd wordt na de jaarwisseling 2020-2021 te komen tot een bepaalde uitwisseling van gedachten over het werk van een grote naam met een unieke positie in de moderne poëzie. De grote naam is de prijzen winnende Tonnus Oosterhoff. Voor de hand ligt om eerst op verkenning te gaan in het werk van Oosterhoff. Een hulpleermiddel is de uitdaging van oefenen in diens stijl.

In de eerste verkenning kan 'kletskoek' 'kostelijk' kan zijn. Het beslissende schijnt de formulering, de presentatie van de gecombineerde woorden te zijn.
 

Aflevering 1 - Kletskoek kostelijk



Zou u vreemd opkijken
Hier sta ik te staan.
Leunend op het Oosten.
Als ik nu eens een rondje
door het plantsoen kuier,
met de takken op de rug.
Zou u vreemd opkijken.
Faas van Rietschoten
16 oktober 2020




Opstap 1
De boom op de foto hierboven staat al twaalfeneenhalf jaar in mijn uitzicht over de Graaf van Hoornestraat in de Ridderkerkse wijk Slikkerveer. Een vertrouwd object dat ook zelf vertrouwd is met de omgeving. Zelfs zo dat je de boom bij wijze van spreken plagend vragend de tekst hoort zeggen tegen de tuinlieden: "Zou u vreemd opkijken, als..?"

Dichter Tonnus Oosterhoff
als 'een projectonderwerp'

Het kleine gedicht is ook bedoeld als opstap naar het fenomeen 'Tonnus Oosterhoff'. Opstap? Ja, in de vorm van een zoektocht. Want unieke fenomenen zijn uniek, daar kom je met eigen werk niet bij in de buurt. Anderzijds, deze unieke fenomenen zijn mensen. In hun doorgaans omvangrijke werk moet dan ook incidenteel ergens iets van minder grootse bijzonderheid aanwezig zijn, waarbij in de buurt te komen zou zijn.

Opstap 2



Plotseling viel mij onlangs deze mededeling op in AD online: 'Columns van Angela de Jong zijn alleen voor abonnees.' Het 'alleen' duidt op een tweedeling, en veroorzaakt als zodanig een negatieve sfeer. De ontkenning van het 'nee' in de laatste lettergeep van abonnees zet de tekst qua klank verder onder spanning - een taalkundig-klankmatige kwestie, onderscheiden van bijvoorbeeld het financieel-economische.

Zo is het!
In Mooi, maar dat is het woord niet staan ook de bevindingen van Rutger Kopland Over de poëzie van Tonnus Oosterhoff, blz. 83-99, met de reactie van Tonnus Oosterhoff, blz. 100-107. Oosterhoff merkt in het begin op dat het verhaal van Kopland hem ervan bewust maakt dat hij gedichten en literaire teksten "ook en vooral als een stelsel van uitspraken" ziet. Oosterhoff illustreert het als volgt. Hij las midden in een verhaal bij Tsjechow de regel: 'Honden met roodbruin haar hebben altijd een tenorstem.' "Het is kletskoek..." "En toch is het bij het lezen van zo'n regel of er opeens een raampje is waardoorheen ik een blik wierp op iets heel waars en zinvols", blz. 100-101. Kortom, "...tevens zo'n kostelijke zin".

Opstap 2 - Conclusie
De voorlopige conclusie zou kunnen zijn dat deze kenmerkende beleving van Oosterhoff voor een deel testbaar bleek op de AD-quote. De zoektocht kan worden vervolgd op het niveau van gedichten. Bijvoorbeeld uit de bundel waarvan hieronder de vooromslag staat.



De uitgever zet de volgende tekst in als promotie: "In zijn nieuwe dichtbundel Ja Nee ontrafelt Tonnus Oosterhoff de werkelijkheid, om de wereld vervolgens net weer even anders aan elkaar te stikken. In Oosterhoffs universum zijn twee fietsers God en Noodlot tegelijk en kun je katten niets leren maar alleen iets afleren.
Elk gedicht is een spel met taal, klank en realiteit, soms eenvoudig, dan weerbarstig en explosief. De dichter brengt je naar de hemel, en daarna mag je het zelf uitzoeken.
Na zijn bejubelde roman Op de rok van het universum geeft Tonnus Oosterhoff opnieuw blijk van zijn volstrekte oorspronkelijkheid als dichter, zoals hij die eerder liet zien in alom geprezen bundels als Ware grootte en Leegte lacht. "

Praktisch
Om 'Oosterhoff' te proberen, is, voor de prijs van 4,49, de E-book uitgave een prettige omstandigheid.
Paperback 18,99 -- E-book 4,49 -- 96 blz. -- 2017.
Ook te leen bij De online Bibliotheek.

^

Aflevering 2 - Ongebruikelijk

Inhoud tweede verkenning: Promotietyperingen van een drietal bundels, van de zijde van de uitgever.
En twee oefen-suggesties: Dialoog van twee ongebruikelijke gesprekspartners, en zogenoemde niet relevante invallen toch meenemen.



Ware grootte
Gedichten

      Hierdoor naar binnen? Naar buiten
      Schreeuwde je het uit? Langzaam
      Terwijl hier de seconde verder
      en verder tikt
      valt eender waar de kaars uit.
      Wanden kindertekeningen. Geknikte klok
      Waaraan moet je denken? Ik moet niets.
      Bekrast. Bekrast

Tonnus Oosterhoff (1953) debuteerde in 1990 met de dichtbundel Boerentijger, die meteen bekroond werd met
de C. Buddingh-prijs prijs,
voor het beste poëziedebuut.

Vervolgens zijn zowat alle poëzieprijzen hem ten deel gevallen:
de Herman Gorter-prijs,
de Jan Campert-prijs,
de VSB Poëzieprijs,
de Guido Gezelleprijs,
en ten slotte de hoogste onderscheiding van allemaal,
de P.C. Hooft-prijs.

(Bron: Flaptekst, uitgeversinformatie)
(E-book uitgave, 2013 (2008), ook te leen bij De online Bibliotheek)



Leegte lacht
Gedichten

Het minste wat je van de gedichten van Tonnus Oosterhoff kunt zeggen is dat ze eigenzinnig zijn hij is met geen dichter in het Nederlands taalgebied te vergelijken. Ze zijn even raadselachtig als intrigerend. Er heerst onrust in de wereld van Oosterhoff: verontrusting, angst, verstoring, ontregeling het hele spectrum van gevoelens aan gene zijde van de positiviteit wroet en woelt.

In Leegte lacht is het niet anders, maar alles nog heviger dan in eerdere bundels. Het curieuze is dat de gedichten tegelijk een uiterst levendig tafereel vormen, het glinstert en vonkt in Oosterhoffs taal, er is geen regel die de lezer koud laat, integendeel, de vloed van woorden overweldigt hem. Eens te meer bewijst Oosterhoff een van de oorspronkelijkste dichters van dit moment te zijn.

(Bron: Flaptekst, uitgeversinformatie)
(E-book uitgave, 2013 (2011), ook te leen bij De online Bibliotheek)



Ja Nee
Gedichten

In zijn nieuwe dichtbundel Ja Nee ontrafelt Tonnus Oosterhoff de werkelijkheid, om de wereld vervolgens net weer even anders aan elkaar te stikken. In Oosterhoffs universum zijn twee fietsers God en Noodlot tegelijk en kun je katten niets leren maar alleen iets afleren. Elk gedicht is een spel met taal, klank en realiteit, soms eenvoudig, dan weerbarstig en explosief. De dichter brengt je naar de hemel, en daarna mag je het zelf uitzoeken.

Na zijn bejubelde roman Op de rok van het universum geeft Tonnus Oosterhoff opnieuw blijk van zijn volstrekte oorspronkelijkheid als dichter, zoals hij die eerder liet zien in alom geprezen bundels als Ware grootte en Leegte lacht. Bron: Flaptekst, uitgeversinformatie

(Bron: Flaptekst, uitgeversinformatie)
(E-book uitgave, 2017 (2017), ook te leen bij De online Bibliotheek)



Dialoog tussen een Papiercontainer en het Kauwdom. Waarbij u uitgenodigd bent dialoogtekst te bedenken.

Vergelijk onderstaande opening uit een Oosterhoff-gedicht:

'Het water begon zich te schamen
voor wat het was en altijd gedaan had
Namens iedereen kwam een vis aan land
om een regeling te treffen
(..)'

Uit de bundel De Ingeland (1993) geciteerd uit Hier drijft weg, 2012, 74. (Beeld & tekst: Faas van Rietschoten)



Kijk daar
daar zie jut weer
Niet direct wereldnieuws
Niemand thuis en
Schroef, die klank
komt overeen met 't Engelse screw
totaal niet met het Griekse βίδα, vída.

Beeld & tekst: Faas van Rietschoten

Aflevering 3 - Van keurslijven bevrijd

Beoogd wordt na de jaarwisseling 2020-2021 te komen tot een bepaalde uitwisseling van gedachten over het werk van een grote naam met een unieke positie in de moderne poëzie. De grote naam is de prijzen winnende Tonnus Oosterhoff. Voor de hand ligt om eerst op verkenning te gaan in het werk van Oosterhoff. Een hulpleermiddel is de uitdaging van oefenen in diens stijl.

Aflevering 1 - Kletskoek kostelijk
In de eerste verkenning kan 'kletskoek' 'kostelijk' kan zijn. Het beslissende schijnt de formulering, de presentatie van de gecombineerde woorden te zijn.

Aflevering 2 - Ongebruikelijk
Inhoud tweede verkenning: Promotietyperingen van en drietal bundels, van de zijde van de uitgever.
En twee oefen-suggesties: Dialoog van twee ongebruikelijke gesprekspartners, en zogenoemde niet relevante invallen toch meenemen.

Aflevering 3 - Van keurslijven bevrijd
De hoofdmoot, te weten de waardering en beoordeling van het werk van Tonnus Oosterhoff door de jury van de P.C. Hooft-prijs 2012:
"Oosterhoffs poëzie (..) heeft de Nederlandse dichtkunst van diverse keurslijven bevrijd." Plus een vijftal oefen-suggesties.



P.C. Hooftprijs 2012 : Tonnus Oosterhoff

Het bestuur van de Stichting P.C. Hooft-prijs voor Letterkunde heeft maandag 19 december 2011 besloten de P.C. Hooft-prijs 2012 toe te kennen aan Tonnus Oosterhoff. De oeuvreprijs is dit jaar bestemd voor poëzie.

De P.C. Hooft-prijs 2012 voor het gehele oeuvre van Tonnus Oosterhoff is toegekend op voordracht van een jury bestaande uit Kees Verheul (voorzitter), Yra van Dijk, Hester Knibbe, Erik Menkveld en Rob Schouten. Aan de prijs is een bedrag verbonden van 60.000 euro. (..)

Tonnus Oosterhoff (Leiden, 1953), van wie dit jaar de bundel Leegte lacht verscheen, ontving eerder belangrijke literaire prijzen voor afzonderlijke verschenen bundels, o.a. de C. Buddingh’-prijs (1990) voor Boerentijger, de Herman Gorter-prijs (1994) voor De ingeland, de Jan Campert-prijs (1998) voor Robuuste tongwerken, een stralend plenum en de VSB Poëzieprijs (2003) voor Wij zagen ons in een klein groepje mensen veranderen.

Fragment uit het juryrapport
'Oosterhoffs poëzie is in hoge mate vernieuwend, ze heeft de Nederlandse dichtkunst van diverse keurslijven bevrijd, niet planmatig of vanuit een dichterlijke ideologie, maar door persoonlijke oorspronkelijkheid en het bijzondere talent van de auteur voor het vastleggen of liever gezegd juist beweeglijk maken van moeilijk benoembare sensaties.’

[ De prijs is uitgereikt op een feestelijke bijeenkomst in het Literatuurmuseum op donderdag 24 mei 2012, drie dagen na de sterfdag van de naamgever van de prijs, de dichter P.C. Hooft (1581-1647), onze grootste renaissancedichter.

[ Afbeelding: De uitnodiging kwam recent ofwel bijna acht en een half jaar later, mee met de tweedehands aanschaf van gedichtenbundel Hersenmutor. ]



 



IN VREDESNAAM

Van 07:20 uur naar 08:19 uur is 59 minuten.
Dat doet u goed. Dan zie ik u vorig jaar terug.

Weet u wel wat u daar zegt?
Hoezo?
U zegt ‘vorig jaar’...

U blijft alert. Geen bij noch nawerkingen. Mocht u weer gedichten gaan lezen, neemt u dan in vredesnaam Toon Hermans in plaats van Tonnus Oosterhoff.
Ik wil u niet meer zien.

Beeld & tekst: Faas van Rietschoten
 


Dankbaar educatief kennismakingmiddel: Juryrapport

Wat maakt de poëzie van Tonnus Oosterhoff zo belangrijk?

Ze is anders dan de poëzie die eraan voorafging, ze raakt gebieden van taal, werkelijkheid en ervaring aan die op een unieke manier worden verwoord en vormgegeven.

De lezer wordt in de maling genomen en grondig in de war gebracht – ons rotsvaste vertrouwen in onze waarneming van de werkelijkheid blijkt nergens op gebaseerd.

Tegelijkertijd gaat zijn poëzie over mensen, vreugde en verdriet, maar op een manier die de Nederlandse dichtkunst nog niet kende.

Al klinken de gedichten in Oosterhoffs debuutbundel Boerentijger nog tamelijk conventioneel (de kritiek dacht aan Hendrik de Vries), toch staan er al zinnetjes en fragmenten in die de lezer op een ander been zetten, tussenwerpsels als ‘hunner de hondsdraf’, onverwacht verwijzend naar de Bijbel, of juist gortdroge en toch net weer ironisch klinkende teksten die uit krantenberichten weggelopen lijken: ‘geüniformeerde pioniers wijzen bescheiden mannen graag alles’.

In de loop van Oosterhoffs volgende bundels zullen die registerwisselingen en verhaspelingen, typerend voor zijn bereidheid om naar alle kanten open te staan, een belangrijke rol spelen, met gedichten die alle mogelijke taal in zich opzuigen, onbenoembare sensaties oproepen, de vaste vorm van het gedicht ter discussie stellen, de grenzen van het poëtisch gangbare steeds verder oprekken.

De dichter is gefascineerd door processen die de taal en het bewustzijn verdraaien: de mensen die zijn gedichten bevolken drukken zich uit op unieke wijze. Dat is meer dan taalspel: het afwijkend brein kan ook een plaats van vrijheid zijn, en van verzet tegen de normaliserende, unificerende orde. Daardoor en daarom schrijft Oosterhoff gedichten die zich zichtbaar van conventionele poëzie onderscheiden.




BALKONGELAND

Afschuwelijk gepresenteerde afstotelijke presentatie
de grauw in grijs gepresenteerde
presentatie van niks
doodzonde

doodzonde
zo waagstukwaardig
balkongeland Turkse tortel paar
maakt muurgroot de kleurtinten 'n betovering 'n sensatie

Beeld & tekst: Faas van Rietschoten


Niet schoonheid en souplesse maar verbrokkeling, fragmentatie en springerigheid maken bij hem de dienst uit. ‘Zo moet het; ik wil zo niet, wil niet’ hakkelt hij tegen de welgevormde, lenige zinnen van Herman de Coninck en in het gedicht ‘Een goed mens is iets heel eenvoudigs’ laat hij zien dat een gedicht helemaal niet vanzelf volmaakt en ‘heel’ is, er resteert altijd iets onafs:

Een goed mens is iets heel eenvoudigs,
maar laat je hem vallen, dan kun je hem weggooien.
Als het verband eruit is, krijgen
de knapste vaklui dat er nooit meer in.
Je kunt hem weggooien, hij is niets meer waard.

Koeien worden als ze gedwongen
elkaars merg en kop hebben gedronken"
bij duizenden over de kling gejaagd:
want er mocht eens één zo’n kostbaar, uniek...!

Een mens is echter zo vervangbaar als een gloeilamp.
Draai in de fitting van een kapot goed mens
een nieuw goed mens en je hebt licht.

Ook een goed gedicht is eenvoudig.

Nooitvanzijnlangzalhijleven

Ik houd een onderdeel over

[ De eerste bundels verder op stijl ontleed. ]
"Dit alles is ongetwijfeld opmerkelijk, leuk zelfs, het doorbreekt gewoonten, we kijken er met een zekere verbazing naar maar, vooral confronteert het ons met bijzondere gewaarwordingen; door met ongebruikelijke taal de dingen te beroeren, opent Oosterhoffs poëzie als door een kiertje nieuwe vergezichten, en soms drukt het ons ook met de neus op het probleem om zulke sensaties te benoemen.

In de bundel Ware grootte zie je de dichter ermee tobben: 'Wat is het raam groot. Om het op papier te krijgen moet ik / met het papier achteruit en dan haal ik het nog niet.'

Een metafoor voor de geheime opdracht die iedere dichter bezielt: de werkelijkheid, het uitzicht op papier krijgen. Met die poging om het onbenoembare te benoemen is Oosterhoffs poëzie er een van sensaties meer dan van overwegingen, van kleur en geluid meer dan van wereldbeelden. Ze geeft eerder uitdrukking aan woede, angsten, indrukken en verbazingen dan aan contemplaties en wijsheden.

Op die manier reikt ze, in een nieuw jasje, ook de hand aan dichters als Leopold, Gorter, Nijhoff, alsmede aan de Vijftigers en aan iemand als Kees Ouwens, dichters die in hun gedichten een intense beleving van de wereld en het bewustzijn oproepen.

In zijn essay 'Zo is het' schrijft Oosterhoff zelf over de functie van zijn dichterschap:

Om de wereld een beetje te begrijpen en te beheersen zijn we genoodzaakt gigantische reducties te plegen. De taal dwingt ons in een denkschema; onbruikbare verschijnselen blijven naamloos, mede daardoor worden ze niet opgemerkt of onmiddellijk vergeten. Vaak zien we die gereduceerde wereld aan voor de echte. Maar er valt duizelingwekkend veel meer te zien en te ervaren, en poëzie wijst daarnaar.

Naar dat onalledaagse, veel ruimere ervaringsgebied wil de dichter ons meevoeren, en hij doet dat door het gedicht aan alle kanten op te schudden.

In de eerste plaats door de taal die hij in alle mogelijke uitmonsteringen aanbiedt, taal van folders en wijkkrantjes maar ook van plechtstatig klinkende mededelingen: 'Het is de betrokkenen overigens bekend hoe weinig de Koningin ontgaat'.

Daarnaast fabriceert hij neologismen als 'kcallipygmeisjes' of vreemde samenstellingen als 'maagamandel'.

Ook geeft hij een nieuwe dimensie aan het woordspel, wat al bleek bij de omslagtekst van zijn tweede bundel De ingeland die je volgens de auteur mag verbinden met ‘ingewand’ of ‘binnenland’.

Elders kom je expliciete woordketens tegen als 'doodstraf-roodstaf', 'rimpeldoos, pimpeldoos, rimpelloos, pimpelloos'.

Het zijn geen woordspeligheden om zichzelfs wille maar ze willen laten zien hoe flexibel en dynamisch de taal is en hoeveel meer erin meespeelt dan enkelvoudige betekenis.

Daarnaast laat Oosterhoff zien dat de vorm van een gedicht niet statisch hoeft te zijn.

 

 

Smak ker de smak... smak ker de smak. Uhum.
Smak ker de smak... smak ker de smak. Hallo !
Zo zout heb ik het nog niet gegeten !



de        ker

smak                      Smak

Smak

ker

de

smak

Smak

ker

de

smak

oh



Beeld & tekst: Faas van Rietschoten

 
 


Hij doet dat door met lettertypes en typografie te spelen, zijn werk zit vol verspringingen en witregels.

Ook laat hij soms in een minuscuul of vaag lettertje tussenwerpsels en citaten zetten, die als fluisterende onder- of tegenstemmen dienstdoen.

Weer andere gedichten beginnen in medias res, met een stuk wit.

Een belangrijke stap in zijn eigen werk maar in feite voor de hele Nederlandse poëzie zette hij in de bundel Wij zagen ons in een kleine groep mensen veranderen uit 2002, waarin hij gedichten in onaffe, nog beweeglijke staat liet afdrukken door ze aan te bieden vol doorhalingen en verbeteringen in handschrift, samen met een cd-rom waarop gedichten langzaam bewogen en van aanzien veranderden.

Met deze 'bewegende gedichten' in Flash was Oosterhoff de eerste Nederlandse dichter die de kansen van het digitale tijdperk ook daadwerkelijk in zijn poëzie aftastte en toepaste, zelfs het papier bleek niet langer toereikend.

Het nieuwe medium is nog een manier om de gelijktijdigheid van al die stemmen en discoursen te laten horen, zelfs letterlijk waar de dichter een radio-interview met de bejaarde Theo hergebruikt.

Hoe grimmig het ook kan worden bij Oosterhoff blijkt uit het ontroerende werk 'Fanfares', waar oude en nieuwe filmbeelden een gedicht begeleiden over twee jonge jongens die hun leven gaven in het verzet in de Tweede Wereldoorlog.

Nu, constateert de dichter kwaad, weten we met de duur bevochten vrijheid niets beters te doen dan consumeren.

Ook in de meest recente bundel, Leegte lacht, worden korte metten gemaakt met 'de markt' en haar opdringerigheid: ze 'ligt op schappen in hinderlaag'.

De dreiging die al eerder aanwezig was neemt hier nog toe: 'Dichters storten zich namens de mensen/ in donkere wateren: er is daar iets/ ondragelijks dat gedragen moet./ Iedereen die juichte wordt stil'.

Het zou een kapitale vergissing zijn om te menen dat Oosterhoffs poëzie voornamelijk taal en vorm is. Hij is in belangrijke mate ook een inhoudelijk en zelfs een maatschappijkritisch dichter die de controverse niet schuwt, zoals in het gedicht 'de nsb'er danst onschuldog met de nsb'se' waarin hij clichés van 'goed' en 'fout' doorlicht door landverraad te spiegelen met onschuldig familieleven.

Het ontvankelijke en angstige jongetje uit zijn debuutbundel is ook zeker niet verdwenen. Naast een opgewekt genieten van de wereld komen in zijn gedichten in toenemende mate dood en dreiging aan bod, bijvoorbeeld in het aangrijpende requiem 'dat is waar daar stond een appelboom' over een zoon die zich heeft opgehangen.




Op die zachte oktober ...
Op die zachte oktober ...
Op die zachte oktober ...
*     *
*
Op die zachte oktober dag
vliegt een vlieg zich
stuk in het rag

Beeld & tekst: Faas van Rietschoten


[ Na het vuurwerk uit de eerste bundels. ]
Na het vuurwerk uit de eerste bundels lijkt hij in zijn jongste werk simpeler en lyrischer te worden, melancholischer ook met veel aandacht voor ziekte en ongeluk, al gaat die grotere melancholie nergens ten koste van die typische Oosterhoff-toon. Oosterhoffs poëzie is er een van vele stemgeluiden, het zogeheten ‘lyrische ik’ heeft er vele tongen.
In dat opzicht zou je haar bij uitstek democratisch kunnen noemen, ook in moreel opzicht, ze erkent geen standenmaatschappij, ze gaat over mensen, en bezigt mensentaal. Je hoort er de Groningse zakenman, de geïnterviewde huisvrouw en vergane filmsterren in spreken, maar ook komen we er oudere dichters tegen als Leopold en Nijhoff, soms in vermomming, naast de dichter zelf die in het gedicht ‘Tonnus Oosterhoff’ zo’n beetje uitprobeert wat geen dichter voor hem zo durfde, zichzelf met egocentrische bescheidenheid, naakt en toch onaanraakbaar neer te zetten:

Je bent zo integer, zo bescheiden.
Voor mijn plezier!
Het is een genoegen
Tonnus Oosterhoff te zijn.
Ik zou het ook wel willen.
Jawel, maar dat gaat niet!
Dat gaat niet

Maar dat gaat dus wel bij Oosterhoff, waarin nu eenmaal veel meer gaat dan in de meeste poëzie.

Zijn dichterlijk oeuvre gaat zo telkens opnieuw de strijd aan tegen de zelfsluiting waarin de dichtkunst na een tijdje altijd weer dreigt te verzanden - een dreiging waar de dichter het zelf ook over heeft als hij spreekt van het ‘argwanend gemompel’ van de bourgeois dichter. Oosterhoffs poëzie is met dat al in hoge mate vernieuwend, ze heeft de Nederlandse dichtkunst van diverse keurslijven bevrijd, niet planmatig of vanuit een dichterlijke ideologie, maar door persoonlijke oorspronkelijkheid en het bijzondere talent van de auteur voor het vastleggen of liever gezegd juist beweeglijk maken van moeilijk benoembare sensaties.

Op geheel eigen en unieke wijze heeft Oosterhoff een bijdrage geleverd aan het oplossen van de vaste tegenstelling in de moderne Nederlandse literatuur tussen hermetische, talige, autonomistische dichtkunst en toegankelijke, anekdotische parlandopoëzie. Daardoor kunnen we nu al spreken van het historische belang van zijn gedichten.

De jury die Oosterhoffs werk graag en unaniem voordraagt voor de P.C. Hooft-prijs voor poëzie 2012, wil toch ook benadrukken dat Oosterhoffs werk bijzonder fris, geestig, diepgravend en origineel is. Vooral de onalledaagse combinatie van belangrijke dichterlijke vernieuwing en onorthodoxe humor en tragiek zorgt voor het onverwisselbare karakter.

Yra van Dijk
Hester Knibbe
Erik Menkveld
Rob Schouten
Kees Verheul (voorzitter)
Aad Meinderts (ambtelijk secretaris)

EVEN DE WEG WEG ... ALS IN OOSTERHOFF
Eerste bezoek aan Bibliotheek
* Video verslag * op * Twitter *
Ridderkerk-Centrum
Beeld & tekst: Faas van Rietschoten



Nieuwe locatie: Koningsplein
Donderdag 22 oktober 2020
Foto's: 16.03 uur - 16.30 uur



Moedig



Moedig
biebinrichting kwijtraken



Moedig
biebinrichting kwijtraken
in dwarsbeukige E-gemeentehuishal



Moedig
biebinrichting kwijtraken
in dwarsbeukige E-gemeentehuishal

*   *
*
even de weg weg
met richtingadvies naar dichthoek


^